Hindustanen

De term “Hindo(e)stanen”, “Hindustanen” of “Hindo(e)stani” sloeg oorspronkelijk op mensen die in Noord-India woonden, langs de Indus. Deze rivier werd in middeleeuws-Perzisch Sindhu genoemd, waarvan de termen “hindoe”, “hindoestaan” en “hindoeïsme” zijn afgeleid.

Na de afschaffing van de slavernij in 1863 weigerden veel voormalige slaven nog langer op de plantages te werken. Suriname, dat toen gekoloniseerd was door Nederland, ging op zoek naar nieuwe en vooral goedkope arbeidskrachten. Contractanten die zich een aantal jaren moesten verbinden tot het verrichten van arbeid in loondienst op de plantages. Zo werden in 1853 Chinezen uit China en Java en Portugezen uit Madeira aangeworven. Toen dit onbevredigend verliep, richtte men de blik op een wervingsterrein waar andere landen wel succes hadden: Brits-Indië. De Engelse en Franse kolonies betrokken daarvandaan al geruime tijd hun plaatsvervangers voor de Afrikaanse slaven.

In 1872 werd een traktaat gesloten met de Engelse regering. Dit werd in Engeland ondertekend door Koningin Victoria op 10 februari 1872, en koning Willem III bekrachtigde het zes dagen later. Op 5 juni 1873 arriveerde het eerste schip met Brits-Indische contractanten, de Lalla Rookh, in Suriname. De 399 passagiers, voor wie bij vertrek uit Calcutta onduidelijk was waar ze precies terecht zouden komen, zetten voet aan wal te Fort Nieuw Amsterdam, thans de hoofdplaats van het district Commewijne.

Het aanwervingscentrum van het koloniaal bestuur van Suriname was in Calcutta, de hoofdstad van Bengalen. Het voornaamste wervingsterrein waren de United Provinces (tegenwoordig Uttar Pradesh en West-Bihar in de Gangesvlakte van Noord-India. Deze streken behoorden tot de dichtst bevolkte gebieden ter wereld, met weinig andere bestaansmogelijkheden dan de landbouw. Voor de werving van de aspirant contractanten maakte men gebruik van wervers (Arkaathi’s). Met valse voorwendselen en mooie beloften haalden de wervers de mensen over om mee te gaan. Vanuit de ‘subdepots’ in Benares, Allahabad, Basti en Muzzafarpur werden zij per trein vervoerd naar de inschepingshaven Calcutta. Van hieruit maakten zij de overtocht per zeil- of stoomschip. Per zeilschip duurde de reis 3 maanden, per stoomschip 6 à 8 weken.

Tussen 1873 en 1916 kwamen ongeveer 35.000 Hindoestanen uit Brits-Indië naar Suriname. De contractanten lieten een armoedig bestaan in India achter zich, maar kregen het in eerste instantie in Suriname niet veel beter. Zij werden zeer slecht betaald, zodat ze ook wel ‘cent-slaven’ werden genoemd. Ongeveer één derde van de immigranten keerde na afloop van hun (vervolg)contract terug naar hun geboorteland. In dezelfde periode kwamen daarnaast ca. 2.500 Brits-Indiërs als vrije immigranten naar Suriname.

Na berichten over hoge sterftecijfers bij de emigranten door onvoldoende medische verzorging, besloot de Brits-Indische regering de emigratie in 1875 te schorsen. Door tussenkomst van de agent-generaal voor de Immigratie Cateau van Rosevelt werd de schorsing in 1878 opgeheven.

Een van de eerste opstanden van Hindoestaanse contractarbeiders tegen het plaatselijke gezag vond plaats in 1879 op de plantages Alliance en De Resolutie. In september 1884 was er verzet tegen een aantal gezagsfunctionarissen op de plantages Zoelen en Zorg en Hoop onder leiding van de vrijheidsstrijder Mathura. Een militair detachement maakte hier een einde aan. Aan de klachten van de arbeiders werd niet tegemoetgekomen. Op Zorg en Hoop brak opnieuw opstand uit onder aanvoering van Ramjanee. Honderd arbeiders met stokken en houwers kwamen voor hun rechten op. Militairen openden van korte afstand het vuur op hen waarbij zeven arbeiders werden gedood. Bijna zes jaar later raakten arbeiders van Zoelen en Geertruidenberg slaags. Marechaussees kwamen met vuurwapens tussen beide waarbij vijf doden en veel gewonden vielen. In 1902 werd op Mariënburg de Schotse directeur Mavor gedood door tweehonderd razende arbeiders onder leiding van Jumpa Ray Garoo. De volgende dag werd tijdens het gerechtelijk onderzoek geschoten op de arbeiders. Hierbij vielen 17 doden en 39 gewonden, van wie er later nog 7 overleden.

In 1916 zette de Britse regering de emigratie van contractarbeiders naar alle delen van de wereld stop, onder druk van de nationalistische beweging onder leiding van Mahatma Gandhi.

De ruim 25.000 Hindoestanen die in Suriname bleven hebben inmiddels ca 300.000 nakomelingen in leven (waarvan ongeveer 120.000 in Nederland).

Het Surinaamse parlement werd in de periode van 1984 tot 2001, 17 jaar lang, voorgezeten door VHP-voorzitter Jaggernath Lachmon. Met Fred Ramdat Misier, president van het Hof van Justitie, tevens waarnemend president van de Republiek Suriname in 1982-1988, en Ramsewak Shankar, president van 1988 tot 1990 leverden de Hindoestanen belangrijke landsbestuurders.
Nickerie (Suriname)

Veel Hindoestanen wonen in het Surinaamse district Nickerie. Het zijn voornamelijk kleine landbouwers en vissers. Dit district stond volgens de sociaal-econoom Rieshma Ramsoedh-Badloe in 2004 wereldwijd in de top drie voor wat betreft het percentage zelfdodingen. Over de periode 2002-2007 probeerden gemiddeld 73 Nickerianen per jaar een einde aan hun leven te maken, en groot aantal maakte daarbij gebruik van eenvoudig te verkrijgen pesticiden. Oorzaak is onder andere de armoede en slechte economische situatie in de regio.Meisjes zien zelfdoding soms als uitweg om aan een gedwongen huwelijk te ontsnappen. Ook overmatig drankgebruik door werkloze mannen is een bekend verschijnsel, dat samenhangt met mishandeling en seksueel misbruik van vrouwelijke gezinsleden.

De traditionele muziek: Hindoestaanse muziek uit Noord-India muzieksystemen zijn gebaseerd op Vedische principes. Een aantal muziekinstrumenten uit India, zoals de dhol, sitar en de tabla, zijn wereldwijd bekend.

Er zijn in Nederland en Suriname diverse radiozenders die in het Hindoestaans gepresenteerd worden. Op deze zenders zijn bekende nummers uit klassieke en moderne Bollywood films te horen. De zenders gaan voornamelijk in op de Hindoestaanse religies. Omdat de meeste luisteraars van Surinaams-Hindoestaanse afkomst zijn wordt zowel het nieuws uit Nederland als het nieuws uit Suriname behandeld.

Er bestaan veel traditionele dansvormen, onder andere de Bharata Natyam, Odissi, Kuchipudi, Kathak en Kathakali. De meeste dansen vertellen een verhaal. Ook zijn er lokale dansvormen bekend zoals Chutney/Baithak.

Hindoestanen kennen vele festivals, zoals het Holi-Phagwa en Diwali van de hindoes en de Ied Ul Fitr (ook bekend als het suikerfeest) en de Ied Ul Adha (ook wel bekend als het offerfeest of Qurbani) van de moslims. De datums van deze feesten verschillen per jaar.

Het Sarnami Hindoestani is de moedertaal van maximaal circa 500.000 Surinamers binnen en buiten Suriname. De circa 150.000 Sarnamisprekers in Suriname wonen in het noordelijk kustgebied. Sarnami Hindoestani wordt ook door vele, met name oudere Surinaamse immigranten in Nederland gesproken.

Het woord ‘Sarnami’ betekent letterlijk ‘Surinaams’. De naam ‘Sarnami Hindoestani’ werd voor het eerst gebruikt in 1961 door J.H. Adhin

De Hindoestaanse literatuur wordt zowel geschreven als oraal overgebracht.

Traditionele Hindoestaanse kostuums zijn de sari, salwar kameez, dhoti, dekurta en de ghagra choli.

In de Hindoestaanse keuken wordt veel gebruikgemaakt vanrijst, granen, peper en specerijen en verse kruiden die tot garam masala’s (aromatische mengsels) gemalen worden. Roti, Phulauri, samosa, bara zijn bekende Hindoestaanse gerechten.