Mentor

Cojo (Codjo), Mentor en Present zijn drie huisslaven die alledrie in Paramaribo wonen. Over deze jongens is niet veel meer bekend dan dat Mentor illegaal Suriname is binnengebracht, dat wil zeggen: nadat de slavenhandel in 1808 verboden was. Hij is in 1812 in Afrika geboren en is ten tijde van het misdrijf twintig jaar oud. Cojo behoort toe aan mevrouw G.P. Heilbron, ‘een vrije negerin met een rug als een molenpaard en zoo kwaad als eene furie’ volgens de schrijver Teenstra. Present is eigendom van mevrouw M.M. Smith.

Over wat de jongens precies hebben misdaan om zo gruwelijk gestraft te worden, bestaan verschillende verhalen. Volgens het nieuwste onderzoek moet tenminste het volgende zijn gebeurd. Cojo, Mentor en Present zijn gevlucht omdat ze iets gedaan hebben waarvoor ze zeker straf zouden krijgen van een van hun meesteressen.

We weten niet wat wat het was, maar slaven kunnen de vreselijkste straffen krijgen, ook voor zoiets kleins als niet genoeg koekjes verkocht hebben voor de meesteres. Ze besluiten te vluchten en zich schuil te houden in het Picornibos, waar meer gevluchte slaven veiligheid zoeken. Maar het leven als gevluchte slaaf is niet gemakkelijk. Het is koud in het bos en er is niet genoeg te eten. Om zich in leven te houden, stelen de gevluchte slaven regelmatig eten uit huizen en magazijnen in de binnenstad. Ook Cojo, Mentor en Present plegen meerdere diefstallen. Dan maken ze een plan om in een keer een grote slag te slaan door eerst als afleiding een brandje te stichten.

Cojo, Mentor en Present worden tegenwoordig niet herdacht als brandstichters, maar als moedige slaven die een daad wilden stellen tegen het onrecht van de slavernij.

Ze zijn nu in de ogen van velen vrijheidsstrijders. Sinds 1993 worden de drie jongens jaarlijks in Paramaribo herdacht. Er wordt dan een plengoffer uitgevoerd en iemand leest een gedicht voor. De Heiligenweg is inmiddels naar hen vernoemd en heet het Kodjo, Mentor en Presenti-pren (plein).

Bron: Ninsee