West-Indische Maatschappij

West-Indische Maatschappij

West-Indische Maatschappij, Nederlandse onderneming, opgericht in 1828 op initiatief van koning Willem I om de taak van de  Nederlandse Handel-Maatschappij in West-Indië en in Latijns-Amerika over te nemen. De NHM had in deze streken in de jaren 1824-1827 achthonderdduizend gulden verlies geleden.

Het aandelenkapitaal bedroeg twee miljoen gulden; 3701 van de vijfduizend aandelen waren in handen van het koninklijk huis. Bij de doelstelling had men vooral het oog op → Curaçao, dat vrijhaven werd en dat men tot het centrum van de Amerikaanse handel wilde maken. Bovendien zou de Maatschappij het doorgraven van de Middenamerikaanse landengte financieren.

De West-Indische Maatschappij kreeg echter te kampen met concurrentie van Engelse, Franse en Duitse firma’s; er werd veel op krediet geleverd, terwijl de opbrengsten uit het afzetgebied niet aan de verwachtingen beantwoordden.

Ook het kanaalplan werd niet uitgevoerd. Vanaf 1838 kwamen er enkele betere jaren, doordat de Maatschappij ging samenwerken met de Nederlandse Handel-Maatschappij. Na 1842 ging het echter steeds slechter en in 1863 werd de West-Indische Maatschappij opgeheven.