Bent, ontvanger en bestierder

Bent

       Vorige pagina

Geen automatische alt-tekst beschikbaar.John Bent kwam als “ontvanger en bestierder” namens de Engelse regering naar Suriname en werd onder meer eigenaar van katoenplantage Sarah. In 1833 zorgde hij voor de nodige consternatie toen hij de illegale slavenhandel aan de kaak stelde.

In 1808 viel Suriname onder het tussenbestuur van de Britten waardoor het Britse verbod op de internationale slavenhandel aldaar ook van toepassing werd. In 1814 kregen de Engelsen het bestuur in handen van Brits Guyana.

Ze zagen de illegale slaventransporten naar Suriname nadien vooral als ‘oneerlijke concurrentie’. Het Gemengde Brits-Nederlandse Gerechtshof in Paramaribo moest toezien op de naleving van het gezamenlijk afgesloten verdrag dat dit moest tegengaan.

Vanaf 1826 werd de gedetailleerde registratie van alle slaven in Suriname verplicht. Een gedetailleerde ‘boekhouding’ moest de illegale slavenhandel onmogelijk maken.

John Bent arriveerde in 1813 in Suriname als “ontvanger en bestierder” in de kolonie. Anno 1819 staat Bent te boek als eigenaar van de plantage Sarah aan de kust in Coronie. In 1833 stuurde hij J.H. Lance, de Engelse rechter aan het gemengd gerechtshof ter wering van den slavenhandel , een klacht tegen Nicholson (de vertegenwoordiger van William Young) die volgens Bent getracht had illegaal slaven uit Berbice aan te voeren.

Rechter Lance speelde de zaak door naar gouverneur Van Heeckeren die de zaak direct hoog opnam. De gouverneur zag in Bent’s brief aan Lance een poging om zijn gezag te ondergraven. De beschuldiging van Bent tegen Nicholson bleek bovendien niet hard te maken, waardoor de Gouverneur maatregelen nam tegen Bent.

Hij schrapte Bent uit het Burgerregister en bij een herhaald ‘vergrijp’ van Bent zou hij hem uitzetten uit de kolonie.

In 1836 werd Bent gerehabiliteerd en kreeg hij zijn burgerrechten terug. In 1843 is hij in het bezit van maar liefst zeven plantages, te weten Sarah, Bentshoop/Bentshope, Descanzo, Breedevoort, Kl. Lunenburg, de Herstelling en Bucklebury.

 

  Auteur: Nico Eigenhuis