Grooff

Bisschop Jacobus Grooff (1800-1852) zou aan de leprabestrijding in Suriname de nodige aandacht schenken.

Afbeelding kan het volgende bevatten: 1 persoon, tekstGrooff studeerde theologie aan het groot-seminarie in Warmond. Zijn priesterwijding vond plaats op 9 augustus 1825. Vervolgens vertrok hij als missionaris naar Suriname. In Suriname volgde hij in 1826 de eerste Bisschop Martinus van der Weijden op, die een jaar na aankomst was overleden na een reis naar melaatsen oord Batavia.

In 1833 verrichte Grooff een bijzondere verrichting door met Mentor, Codjo en Present vlak voor hun terechtstelling te bidden. In 1839 ontmoette Grooff in Nederland Petrus ‘Peerke’ Donders die hij ertoe zou bewegen om zich in Suriname te ontfermen over de leprozen.

In 1842 werd Grooff benoemd tot apostolisch vicaris van Batavia (Indonesië) en titulair bisschop van Canea. Hij verliet Suriname, werd in 1844 in Leiden tot bisschop gewijd en arriveerde in 1845 in Batavia.

Grooff kwam spoedig in conflict met het Nederlands-Indische gouvernement, onder meer inzake de benoeming van pastoors in Semarang en Soerabaja. Toen hij weigerde aan de eisen van het gouvernement te voldoen werd hij in 1846 in zijn functie geschorst en uitgewezen uit Nederlands-Indië.

Grooff werd op 1 december 1846 benoemd tot apostolisch visitator van Suriname, met behoud van zijn bisschopstitel. Hij vertrok in mei 1847 naar Suriname, waar hij vijf jaar later overleed.

 

 

 

  Auteur: Nico Eigenhuis