De brieven

       Vorige pagina

In de Britse archieven is de nodige correspondentie van de VOC en de WIC beland. Hieronder ook de smeekbede van een oude slavin uit Suriname.

In het Texelse Den Burg is op het zoldertje van de Oudheidkamer een levensgrote pop te vinden van Aagje Luijtsen. Ter plekke is via de speaker de correspondentie te horen die ze tussen 1776 en 1780 voerde vanuit de Texelse burcht met haar man kapitein Harmanus Kikkert die destijds als stuurman in dienst was van de VOC.

Het is het levensverhaal van een jonge vrouw en haar man met hun wel en wee en ook een drama in hun gezin. De brieven werden in 1781 door de Engelsen buitgemaakt en zijn gebundeld in het boek “Kikkertje lief”.

In de boeken uit de serie “The sailing letters” zijn brieven te vinden met betrekking tot de West. Een van ze is uit 1795, en de slavin Wilhelmina van Kelderman richt hierin een verzoek aan haar meester onder de titel “Mijn meester, ach neem mijn beede aan”.

 

De schrijvers van het boek hebben getracht de hele geschiedenis achter haar brief te achterhalen, en alleen de naam van de meester laat zich eenvoudig raden.

 

 

  Auteur: Nico Eigenhuis