Broos en Kaliko

Broos en Kaliko – 1821-1880

       Vorige pagina

Afbeelding kan het volgende bevatten: 2 mensenDat het op de houtplantage Roorak (of Rorac) niet pluis was blijkt wel uit de tekst van het volksliedje. De geschiedenis ervan is vastgelegd in een boek van Wim Hoogbergen.

Het verhaal van Wim Hoogbergen vraagt aandacht voor een kleine, vrijwel onbekende groep Marrons genoemd naar Broos en Kaliko, de twee broers die in het jaar 1863, het jaar van de afschaffing van de slavernij in Suriname, de leiders ervan waren. Het kamp van Broos (geboren in 1821) en Kaliko (geboren in 1835) lag in de uitgestrekte moerassen aan de bovenloop van de Surnaukreek, een zijtak van de Surinamerivier. De broers hadden ook nog 4 zussen. Na de emancipatie bleven deze Marrons niet in het oerwoud wonen, maar vestigden zich op de verlaten plantage Roorak. Zij leven voort onder de familienamen Babel en Landveld.

Voor de samenstelling van dit boek maakte de auteur gebruik van twee belangrijke kennisbronnen: de archieven over Suriname van 1750 tot 1900 en mondelinge overleveringen zoals deze binnen de families Babel en Landveld worden doorverteld.

Het boek volgt de vanuit Afrika overgebrachte slaven: vanaf het leven op de plantages, via het moeilijke bestaan in het oerwoud, de strijd tegen de Nederlanders, de gebeurtenissen rond de emancipatie, de dorpsgemeenschap op Roorak tot de migratie naar de stad en naar Nederland en de bemoeienissen met de Surinaamse politiek.

Het Kamp van Broos en Kaliko werd in 1998 geselecteerd voor de Eureka-prijs, de award voor het beste in de Nederlandse taal geschreven wetenschappelijke werk.

Wim Hoogbergen: Het kamp van Broos en Kaliko:

De geschiedenis van een Afro-Surinaamse familie.

Amsterdam: Prometheus, 1996.

 

Auteur: Nico Eigenhuis


Rorac, Surinam Golden Gate Boys