Claudius Henricus de Goeje

       Vorige pagina

Claudius Henricus de Goeje, bracht Suriname in kaart (1879-1955)

Afbeeldingsresultaat voor Claudius Henricus de GoejeTussen 1860 en 1879 werkten Cateau van Rosevelt en zijn vriend van Lansberge aan een kaart van Suriname met daarop ook alle plantages. Deze is in 2004 herdrukt. Toch bestond rond 1900 het beeld dat slechts zo’n 10 % van Suriname in kaart gebracht. De expedities om dit te veranderen waren niet zonder gevaar.

In 1910 trok luitenant ter zee Eilerts de Haan de Surinaamse jungle in om voor het vaderland de grenzen van het imperium te verkennen. Zijn gestel bleek niet bestand tegen de malaria en hij stierf daardoor in het Surinaamse regenwoud. Zijn metgezel luitenant ter zee C.C. Kayser voltooide zijn missie.

Claudius de Goeje bleek begin 20e eeuw in Suriname een succesvol cartograaf. De Goeje is in Leiden geboren. Na de tweede klas HBS verlaat hij de school om zich te laten inschrijven bij de Koninklijke Marine. In Nederlands-Indië komt hij als luitenant ter zee bij de Hydrografische Dienst te werken waar hij tot 1909 werkzaam blijft.

Daar valt zijn talent op in het tekenen van kaarten. Hij gaat in 1907 als geograaf op de Gonini- en de Tapanahoni-expeditie, naar de binnenlanden van Suriname. Tijdens deze tochten is De Goeje naast het verrichten van topografische opnemingen belast met etnografica en legt hij de eerste contacten met de Oyana- en Trio-indianen.

Deze kennismaking vormt het begin van een levenslange passie. De volgende tocht naar het Toemoekhoemakgebergte langs de zuidelijke grens van Suriname staat onder zijn leiding. Voor de derde maal staat hij oog in oog met de indianen, waar hij dit keer gelegenheid vindt een grote verzameling gebruiksvoorwerpen en veren tooien aan te leggen. Ook verdiept hij zich in de taal en cultuur.

Van 1910 tot 1924 is hij werkzaam bij de Dienst voor de Scheepvaart in Batavia, de laatste jaren als hoofd. Na zijn pensionering neemt hij de studie van de taal en cultuur van de indianen weer op. In 1937 volgt dan zijn laatste verblijf in Suriname. Hij sloot zich aan bij de expeditie van vice-admiraal b.d. C.C. Kayser, met als taak het definitief vastellen van de grensafbakening tussen Brazilië en Suriname. Tot een rechtsgeldige erkenning kwam het nog niet.

De Goeje kreeg wel last van een infectie die hem voorgoed van zijn goede gezondheid beroofde. In 1946 wordt hij voor zijn verdiensten beloond met een bijzonder hoogleraarschap aan de Leidse universiteit waar hij de opdracht krijgt te doceren in taal- en volkenkunde van Suriname en Curaçao. In 1951 gaat hij met pensioen en vier jaar later overlijdt hij.

Diep in de binnenlanden van Suriname is zowel naar Eilerts de Haan als Kayser een gebergte vernoemd. Naar de Goeje is in Suriname het de Goeje gebergte genoemd.

 

 

 

 

Auteur: Nico Eigenhuis