Combe

       Vorige pagina

Nicolaes Combé behoorde tot de eerste kolonisten in Suriname. Naast de wijk Combé in Paramaribo herinneren ook de Kleine Combé- en de Grote Combéweg nog aan hem.

foto van Nico Eigenhuis.Nicolaes Combé was bestuursambtenaar in Suriname. Tijdens zijn aanwezigheid aldaar ging de kolonie over van de Zeeuwen naar de Sociëteit van Suriname. In 1667 werd Combe door kapitein Dubois uit Berbice gehaald.

Hij was er commies van de levensmiddelen en ammunitie; daarna werd hij ontvanger-generaal van ’s lands middelen. Hiertoe visiteerde hij de inkomende en uitgaande schepen.

In één van de vele brieven die Combe aan de Staten van Zeeland schreef, meldde hij dat indianen plantages in brand staken en dreigden al het suikerriet te verbranden. Veel plantage-eigenaren dachten er dan ook over om te vertrekken.

In andere brieven beklaagde hij zich o.a. over de corruptie van gouverneur Johannes Heinsius en de malversaties van diens opvolger Pieter Versterre.

Combe was waarschijnlijk familie van gevluchte Franse hugenoten en schreef al zijn brieven in het Frans. Hij werd beschreven als een vroom en godsdienstig man en was getrouwd met Anthoinette d’Outreleau.

Hij werd in 1669 de eerste diaken van de Hervormde kerk werd en in 1690 kerkmeester. Hij collecteerde ook voor de armenkas. In hetzelfde jaar werd hij ook commissaris van de desolate boedelkamer, een soort kadaster. Combe overleed in 1691.

 

 

  Auteur: Nico Eigenhuis