Cynthia Mc. Leod

       Vorige pagina

Afbeelding kan het volgende bevatten: 1 persoon, close-upEnkele jaren geleden gaf Cynthia Mc. Leod één dag voor de herdenking van de afschaffing van de slavernij in Suriname een interview aan het dagblad Trouw.

Hieronder een aantal passages uit dat interview.

De slavernij-afschaffing is een nationale feestdag in Suriname?
Ja. Alleen bij ons heet het ‘Dag der Vrijheden’. Het is niet alleen een feestdag voor de Creoolse bevolking, maar voor iedereen in Suriname. Er gebeurt van alles.

Allerlei Creoolse tradities worden herdacht. Er zijn feesten, wedstrijden, filmvoorstellingen, toneelstukken en shows met traditionele Creoolse klederdracht, kotto’s. Op de avond ervoor wordt sinds enkele jaren de Miss Alida-verkiezing gehouden.

Miss Alida-verkiezing, wat is dat?

Een soort beautycontest voor het mooiste Creoolse meisje. Ook moeten de meisjes vragen over het slavernijverleden beantwoorden. Het is opgedragen aan de mooie slavin Alida, die op haar zestiende werd gedood door haar meesteres Susanna du Plessis.

Susanna du Plessis is de bekendste vrouw in de Surinaamse geschiedenis, omdat ze zo’n wrede slavenmeesteres was. De man van Susanna du Plessis keek naar het mooie slavinnetje Alida en streelde haar borsten. De meesteres merkte dat, heeft toen haar man niet thuis was het meisje geroepen en haar borsten afgesneden. Deze serveerde ze tijdens het diner op een dekschaal aan haar man. Het meisje is op de stoep doodgebloed.

Zulke verhalen leven nog steeds in Suriname?

Ja, er worden steeds meer verhalen over slavernij verteld. Surinamers zijn hun eigen geschiedenis gaan waarderen. Dat was vroeger wel anders. De koloniale overheid deed er alles aan om de mensen te ‘verhollandsen’. Over slavernij moest je niet meer praten, dat was voorbij. In de volksklasse werden wel eens verhalen verteld, maar in de betere kringen sprak je daar niet over. Alles wat met Surinaams of Creools te maken had, was niet goed, niet mooi en niet netjes.

Is het verleden nog steeds pijnlijk voor Surinamers?

Soms kunnen herinneringen emotioneel zijn. Maar om nou te zeggen dat de mensen er nog gebukt onder gaan, dat denk ik niet. Suriname is het product van de slavernij. Het is nog overal zichtbaar. Gebouwen, plaatsen en mensen herinneren ons er dagelijks aan.

Maar de mensen in Suriname gaan er niet eeuwig om huilen en jam. Ze weten er mee om te gaan en kunnen om bepaalde dingen lachen.

Uw laatste boek ‘Slavernij en de Memorie’ noemt u een gezicht voor slavernij. Wat bedoelt u daarmee?

Het boek is geschreven om Nederlanders in te lichten over dat deel van de geschiedenis dat ze niet kennen. Jarenlang is de slavernij bewust verzwegen, onder het vloerkleed geveegd, terwijl het in de geschiedenislessen op scholen hoort. Als slavernij nu maar drie jaar had geduurd dan had je kunnen zeggen, ach wat maakt het uit.

Maar 300 jaar kan je niet maar zomaar aan de kant zetten. Praten over minder mooie zaken, zoals slavernij, is in Nederland iets van de laatste tijd. Zeker nu er nazaten van slaven in Holland wonen, is het belangrijk om duidelijk te zijn over historie. Ook zij moeten leren ermee om te gaan. Ik heb de geschiedenis in eenvoudige taal opgeschreven, zodat iedereen het kan begrijpen. Ook de gewone man van de straat.

U geeft geschiedkundige lezingen en rondleidingen in Suriname, heeft historische musicals geschreven. Is het uw persoonlijke missie om slavernij in de bekendheid te brengen?

Dat lijkt inderdaad af en toe wel zo. Ik ben heel erg gefascineerd door de geschiedenis van Suriname. Juist doordat ik op school daar weinig over geleerd heb. Het Hollandse offensief in het onderwijs destijds werkt nu de andere kant op. Surinamers herleven nu hun Creoolse geschiedenis.

Uw volgende boek wordt het laatste, klopt dat?

Dat weet ik nog niet. Het gaat over meer recentere geschiedenis van Suriname. Maart volgend jaar komt het waarschijnlijk uit.

Morgen wordt een feestelijke dag?

Ja, zeker. Het is eigenlijk al weken feest, met al de voorbereidingen, toneelstukken en films. Maar morgen ben ik de hele dag op stap.

Tot zover dit interview in Trouw.

 

  Auteur: Jacob van der Burg