Schotse familie Cameron

Katoen

       Vorige pagina

De Schotse familie Cameron was in Suriname zeer succesvol met hun plantages in onder andere Coronie. De Schotten waren niet zomaar in de West terecht gekomen.

foto van Nico Eigenhuis.
“The Queen’s Own Cameron Highlanders of 79th” was een infanterie regiment van het Britse leger dat is opgericht 1793 door Sir Alan Cameron of Erracht. Het is vernoemd naar een van de machtigste Highland Clans. Het werd naar West-Indië gestuurd in 1795 in verband met de onrust in de regio.

Tijdens hun verblijf waren ze op Martinique, waar ze slachtoffer werden van vreselijke ziektes. Hierdoor werden de gezonde mannen overgeplaatst naar andere regimenten en uiteindelijk keerden er in 1797 slechts 200 man terug naar Engeland.

Adam Cameron (1772-1841) was geboren te Invernesshore in Schotland. Hij diende in het 79ste regiment eerst als een vrijwilliger, klom op tot kapitein en ging over naar het 39e regiment in Berbice. In 1800 keert hij tijdelijk terug naar Groot-Brittannië met zijn eerste vrouw Anne Elizabeth Lemmers. Als hij terugkeert vestigt hij zich in Suriname waar hij in 1808 zijn eerste plantage in Coronie aanlegt, Burnside. Cameron maakt met zijn plantages fortuin in de katoen. Hij is ook de eigenaar van plantage Leasowes waar in 1835 Tata Colin in opstand komt.

Meer Schotten volgden hem, vooral van Grenada, waar de landbouwgronden uitgeput raakten. Coronie maakte toen nog deel uit van het district Nickerie. Het huidige Nickerie werd “Neder-Nickerie” genoemd; het huidige Coronie “Opper-Nickerie” of “de Zeekust”.

Het district Coronie werd op 10 oktober 1851 afgesplitst en vernoemd naar de militaire post Corona die aan de Coronakreek lag. De slaven kwamen niet vanuit Paramaribo, maar via Barbados naar de kust van Coronie.

Vanaf ca 1825 krijgt de katoenindustrie geduchte concurrentie als in de Verenigde Staten Texas wordt vrijgegeven voor het opzetten van katoenplantages door toedoen van een in Paramaribo geboren Friese fraudeur die bekend wordt onder de naam Baron de Bastrop. Over hem is op Fosten een aparte post te vinden.

 

 

>>Auteur: Nico Eigenhuis