De trieste aftocht van de Anitri

De trieste aftocht van de Anitri

       Vorige pagina

Tijdens de tweede wereldoorlog werden in Suriname de aanwezige Duitsers geïnterneerd. Onder hen ook zendelingen en onderwijzers van de Herrnhutters resp. Anitri, zoals de docenten van kinderhuis Leliëndaal. Na de oorlog werden ze tot groot verdriet van de lokale gemeenschap heengezonden uit Suriname. Het lijkt de uitkomst van een broederstrijd.

foto van Nico Eigenhuis.Gouverneur Kielstra liet aan het begin van de oorlog alle mannelijke Duitsers boven de vijftien jaar opsluiten in Fort Zeelandia. Ongeveer vijftig Duitse mannen werden naar Copieweg gebracht , en nadat in juni 1941 twaalf familiebarakken gereed waren kwamen de vrouwen en kinderen over.

Zo werden 134 personen van Duitse afkomst, zes Surinaamse partners en drie NSB’ers vastgezet. De overgrote meerderheid van de gevangenen waren zendelingen en onderwijzers van de Evangelische Broedergemeente of ook ‘Herrnhutters’ en hun gezinnen. Feitelijk werd de Broedergemeente nog steeds aangestuurd vanuit Hernnhut in Duitsland, waar graaf Von Zinzendorf de beweging in de 18e eeuw had opgericht, maar van sterke Hitlergezindheid schijnt geen sprake te zijn geweest.

Na de oorlog werden de Duitse zendelingen en onderwijzers gedwongen om Suriname te verlaten. Duizenden Surinamers, in het wit gekleed als teken van rouw, begeleidden hun uittocht van de Copieweg naar de KNSM-steiger in Paramaribo.

Volgens de Surinaamse historicus Heinrich Helstone was het niet zonder meer de koloniale of Nederlandse overheid die achter dit besluit zat. De Nederlandse Broedergemeente, gevestigd in Zeist, had liever geen Duitse controle meer over de EBG. En in Suriname zelf waren er niet-Duitse zendelingen zoals de Deen Hans Peter Jensen, zijn landgenoot Legêne en de Zwitser Raillard, die het vertrek van de geloofsgenoten bevorderden.

In Nederland werd men in Mariënbosch bij Nijmegen geïnterneerd en vandaar over de verschillende zones van het naoorlogse Duitsland verdeeld. Helstone weet dat enkele zendelingen in Suriname bleven. De Zwitserse consul A. Gonzenbach had tijdens de oorlogsperiode als zaakwaarnemer voor de Duitse onderdanen de Surinaamse kampen bezocht. Door zijn bemiddeling konden enkelingen in 1945 op eigen verzoek naar Venezuela emigreren. Een van hen droeg de naam Zickmantel.

Over het bovenstaande schreef H.E. Lamur “Duitse zendelingen in interneringskamp Copieweg, Suriname, 1940-1947: Vrijlating en uitwijzing”. Van Diana Tjin is het boek “Het geheim van mevrouw Grünwald”.

 

 

  Auteur: Nico Eigenhuis