Donko’s

       Vorige pagina

Afbeelding kan het volgende bevatten: een of meer mensenVoor de VOC vond in de 19e eeuw de werving plaats van ca 3000 West-Afrikaanse jonge mannen die als “Zwarte Hollanders” werden ingezet in de Oost. Een klein groepje van ze, bestaande uit zogenaamde Donko’s, kwam in Suriname terecht.

Na het stilvallen van de slavenhandel was “Goudkust’ was tussen 1831 en 1872 de plek van de werving van circa 3000 West-Afrikaanse jonge mannen, die naar Java werden overgebracht om dienst te doen in het Nederlandsch-Indisch Leger.

In het Maleis werden zij ‘Orang Belanda Hitam’ genoemd, ofwel Zwarte Hollanders . In september 1836 ging hiertoe een Nederlandse delegatie in het kader van de werving op weg naar de machtige stam van de Ashanti’s. De Nederlandse regering had opdracht gegeven met de Ashanti-koning Kwaku Dua II een overeenkomst te sluiten.

In Suriname zat men na de beëindiging van de slavernij om menskracht verlegen, vooral in de houtsector. Door de Engelsen werd er echter in die tijd scherp op toegezien dat er om die reden geen tot slaaf gemaakten vanuit Afrika naar de West werden getransporteerd.

De Engelse protesten waren dan ook groot toen in 1840 het stoomschip Curaçao in Suriname arriveerde met 50 Afrikanen. Uiteindelijk konden ze als contractant worden toegevoegd aan de militaire troepen in Suriname. Hun taak was de kolonie te beschermen tegen de aanvallen van groepen weggelopen slaven. Ze werden ingezet op het kwetsbare Cordon pad.

De helft van deze Donko’s kwam in Suriname tijdens hun inzet te overlijden. Ongeveer dertig procent ging na afloop van hun contract weer terug naar Afrika.

 

 

 

  Auteur: Nico Eigenhuis