Frederika Judith Bartelink

       Vorige pagina

Ze was als slavin Judicque eigendom van veehouder Frederik Bartelink, die met diens vader naar Suriname was gekomen. Met Frederik kreeg ze twee zoons, Wijnandus en Egbert, waarvan de laatste bekend werd als de schrijver Egbert Jacobus Bartelink.

Vader Pieter Willem Bartelink (1776-1830) is geboren in Almelo. Hij trouwde in 1803 in Amsterdam met Helena Bosscher. Hij en Helena Bosscher hadden 6 kinderen laten dopen in Amsterdam tussen 1804 en 1811.

In 1821 is Pieter Willem in Suriname directeur op de plantage Limeshoop aan de Warappakreek. Hij overleed op 12 feb 1830 op Koffieplantage ‘Zonnebloem’ aan de Cabbeskreek te Commewijne.

Zoon Frederik (1811-1838) was in Suriname actief als o.a. veehouder en kreeg met zijn slavin Judicque twee zoons, Egbert en Wijnandus. Vier jaar na zijn overlijden worden ze gemanimutteerd en Judicque krijgt dan de naam Frederika Judith Bartelink. Wijnandus wordt Wijnand Fredrik en Egbert wordt dan Egbert Jacobus.

Egbert Jacobus Bartelink (1834-1919) werd dus als slaaf Egbert geboren en samen met zijn moeder en broer op 6 september 1842 gemanumitteerd. Hij begon in 1855 als “blankofficier” (opzichter) te werken op katoenplantage Zeezigt en wist het te brengen tot plantagedirecteur en uiteindelijk zelfs tot mede-eigenaar van houtplantage Ornamibo.

Hij schreef een handleiding over de cacaocultuur en bracht op 80-jarige leeftijd een boek uit: Hoe de tijden veranderen, het relaas van een lange plantagecarrière.

 

 

  Auteur: Nico Eigenhuis