De Surinaamse sentimenten rond het Saramaccaplan

       Vorige pagina

Gudu Gudu -resp. Goedoe Goedoe- Thijm was Suriname’s bekendste volksdichter. Hij vertegenwoordigde de stem van het volk en had overal een mening over. Hij mengde zich na de oorlog volop in de discussie over de mogelijke komst van Joodse immigranten naar Suriname.

foto van Nico Eigenhuis.
Gudu Gudu op jeugdige leeftijd, tussen zijn familie

Tijdens de tweede wereldoorlog zong Gudu Gudu nog “Coca-Cola is Jodenpis” waarmee hij de Joodse ondernemer Fernandes ridiculiseerde die ‘rende’ om voor de Amerikaanse soldaten deze gewilde soft-drink te produceren.

Na de oorlog mengde hij zich ook in de discussie rond de mogelijke vestiging van Europese joden te Saramacca. De algehele teneur in de discussie was dat men hier terughoudend tegenover stond, vooral als het ging om Oost-Europese Joden waar men wellicht ook in Suriname communisten onder vermoedde.

Dat laatste was uiteindelijk de reden dat vanuit Nederland de knoop werd doorgehakt af te zien van het Saramaccaplan.

Op 20 mei 1947 werd de discussie over hun mogelijke komst nog volop gevoerd, en verwoordde Gudu Gudu:

“Dat de vloten weer gaan varen, en de handel welig bloei”,
Dat zingen wij al jaren, verheugd en onvermoei
Als het nu gebeur
Oh! Wat fijn
Zal het zijn
Dan is het uit
In dit land met veel gezeur

Hij lichtte bij zijn lied toe dat het initiatief van de Amerikaanse Freeland League omarmd moest worden omdat de Amerikanen veel voor de Surinamers hadden gedaan.

Hij gaf aan dat ze middels argument tweederde deel van het Boschland konden opeisen, voordat het Land geheel en al kon worden uitgeput ten voordeel van andere Landen.

Tijdens een openbare meeting op 1 juni 1947 in Bellevue door de bond van oorlogsveteranen werd door voorzitter Pa Lem verwoord dat de bond niet principieel tegen de komst van Joodse immigranten was, maar dat de plannen nog te geheimzinnig waren.

Spreker Caprino sprak een algemeen wantrouwen uit tegen alles dat blank was. Samson en Wallier verwoorden namens de Freeland League de wens van de Joodse migranten niet slechts geduld te worden. Kennelijk wilde Gudu Gudu de spanning verbreken en zei “Haal ze maar binnen, zoveel als maar mogelijk is”.

 

  Auteur: Nico Eigenhuis