Hortus

Het bestaan van de hortus botanicus in Amsterdam is te verbinden aan die van de Hortus Surinamensis en de cultuurtuin in Suriname.

Een van de eerste werken waarin aandacht wordt besteed aan het belang van kruiden is De hortus sanitis, een boek dat in 1491 werd gepubliceerd in Mainz door Jacob Meyenveld. Het beschrijft soorten in de natuurlijke wereld, samen met hun medicinale toepassingen en bereidingswijzen.

Het is gedeeltelijk een uitgebreide Latijnse vertaling van de Duitse Herbarius , de Gart der Gesundheit van Peter Schöffer, gepubliceerd in 1485, maar heeft, in tegenstelling tot dat eerdere werk, ook betrekking op dieren, vogels, vissen en stenen. De auteur beperkt zich niet tot het omgaan met alleen schepsels, maar omvat ook verslagen van mythische dieren zoals de draak , harpij , hydra , myrmecoleon , phoenix en zitiron.

foto van Nico Eigenhuis.De hortus botanicus in Amsterdam valt net als dierentuin Artis in de plantagebuurt in Amsterdam. De tuin is in 1638 opgericht door het stadsbestuur als Amsterdamse ‘Hortus Medicus’ , een tuin met medicinale planten ten dienste van chirurgijns en apothekers.

Vanwege de pest waren doctoren op zoek naar een kruid als geneesmiddel, maar ook effectievere behandelwijzen van ziekten onder schepelingen op verre reizen hadden de aandacht van de medici. De ontwikkeling van de plantencollecties van de Hortus is hierdoor verbonden aan de rol van de VOC en de WIC.

De hortus leverde profijt op voor het stadsbestuur door de productie en verkoop van inheemse kruiden en door het opkweken en verhandelen van exoten. Door internationale ruil en uitwisseling verspreidden nuttige planten zich over de hele wereld. In resp. 1685 en 1686 kreeg de hortus okra en een ananasplant toegestuurd uit Suriname.

Een van de namen die verbonden was aan de Hortus in Amsterdam is die van Gerardus Vrolik (1775 – 1859) een hoogleraar in de anatomie en botanie aan het Athenaeum Illustre te Amsterdam.

Door zijn benoeming werd hij ook directeur van de Hortus Botanicus. Vrolik werd de eerste Nederlandse hoogleraar Verloskunde met een eigen klinische afdeling. Professor Vrolik en zijn zoon professor Willem lieten een zeldzame privécollectie na van uiteenlopende (pathologisch-) anatomische preparaten, waarbij de nadruk lag op aangeboren afwijkingen. Sedert 1984 vormt het de basis voor de collectie van het huidige Museum Vrolik van het AMC Amsterdam.

Reeds in de eerste helft van de 18de eeuw werden pogingen gedaan om in Suriname een cultuurtuin of een kruidtuin aan te leggen. Op raad van Boerhave zond de directie der Societeit in 1734 den kruidkundige Isaac Eliaser Augar naar de kolonie met het doel een kruidtuin te stichten. Dit doel schijnt bereikt, maar meer is er niet van bekend.

In 1787 richtte gouverneur Texier een Hortus surinamensis op. Dr. Benjamins raadde dd. 21 Juni 1893 de oprichting aan van een proefstation onder wetenschappelijke leiding op het land ‘Wolfenbuttel’, waar vervolgens een laboratorium gebouwd en langzamerhand een kruidtuin zou kunnen aangelegd worden.

Aan de Surinaamse kruiden zijn namen verbonden als Quassie, Dahlberg en Hering.