De kapa

       Vorige pagina

In en rond het Surinaamse district Commewijne zijn zoveel kapa’s (suikerkookpotten) te vinden dat je bijna vergeet dat ze symbool staan voor het zweet en de tranen van duizenden tot slaaf gemaakte Afrikanen.

In het “Museumstof” van het Surinaamse museum is een uitleg gegeven van het gebruik van de kapa. In essentie komt ie er op neer dat in deze grote kookpot ten tijde van de slavernij het witte goud in de vorm van suiker werd gewonnen.

De waarde ervan was zodanig dat men niet eens de moeite nam om het aanwezige echte goud rond Berg en Dal te winnen. De investeerders stonden in de rij, zoals in Nederland de Zeeuwen, en de steden Amsterdam en Dordrecht.

Een van de verklaringen van het Surinaamse volksliedje Faya Siton (vuursteen) is dat deze verwijst naar de hete spetters die het koken van de suiker opleverde. Faya siton no bron mi so, toe vuursteen brandt mij niet. De zinsnede Agen masra Jantje kiri suma pikin is te vertalen als Meester Jan heeft alweer een slachtoffer gemaakt.

Ten tijde van de industrialisatie werd het proces van suikerwinning geautomatiseerd, eerst door het in serie zetten van kapa’s (the Jamaican train), en vervolgens door het inzetten van een nog verder gemechaniseerd proces zoals is terug te zien op de voormalige plantage Marienburg.

Tot slot een verzoek: loopt u in het vervolg alstublieft niet zomaar langs een kapa.

  Auteur: Nico Eigenhuis