Land te koop

Thea Doelwijt was niet de eerste die het land te koop zette. In 1910 was het Killinger die haar voorging.

Killinger had voor ogen in Suriname een ‘heilstaat’ te creëren. Voor zichzelf zag hij een rol weggelegd als beheerder van het land, en het zou eigendom moeten worden van een aantal Duitse financiers. Hij wilde bij hen voor 100 miljoen mark aan leningen afsluiten voor een schadevergoeding aan Nederland om afstand te doen van de kolonie. Voor de verdere ontwikkeling van het land wilde hij in zijn Surinameplan het exploiteren van het nieuwe goud in de vorm van de balata resp. rubberindustrie centraal stellen.

Killinger tijdens proces tegen hem in het wit

Killinger had voor zijn plan zelfs al een tweetal financiers gevonden. Killingers eerste financier was de blinde mw Heddaeus, de echtgenote van een arts. Zij stortte op persoonlijke titel 10.000 Deutsche Mark voor hem om zijn Surinaamse droom te realiseren, al was daarbij niet duidelijk of zij viel voor zijn mooie praatjes of zijn mooie plannen.

Bij haar verstrekking gaf ze aan dat het tot doel had van Suriname een republiek te maken waar het Boedistisch geloof zoveel mogelijk moest worden doorgevoerd. Killingers tweede financier was de Berlijnse handelaar Marlitt, met wie hij via de broer van mw Heddaeus in contact was gekomen.

Marlitt was enthousiast geraakt door Killingers eerdere uitvinding van het watergeschut resp. het waterkanon in 1901 en was bereid om 50.000 Deutsche Mark te investeren in Killingers Suriname-avontuur. Killinger leefde op basis van zijn ontvangen geld en ontvangen toezegging in Suriname op grote voet en een persoonlijk faillissement dreigde.

 

Zoals bekend verondersteld werd de door hem geraamde coup verraden en vielen de plannen van Killinger uiteindelijk in duigen.

 

  Auteur: Nico Eigenhuis