Spaanse kolonie Suriname

Afbeelding kan het volgende bevatten: 1 persoon
El Dorado

Op de lijst van gouverneurs van Suriname staat als eerste de Domingo de Vera vermeld. Het betreft een conquistador die op zoek was naar El Dorado, de vergulde man.

Domingo de Vera e Llargoyen (1550-1629) was een Spaanse conquistador (veroveraar). Hij vestigde zich in 1583 in Caracas Venezuela en werd adjudant van Don Antonio de Berrio y Oruña. Deze had van het Spaanse hof de opdracht om mythische goudstad El Dorado te zoeken.

In 1593 landde De Vera op de kust van de Guyana’s en nam deze officieel in bezit voor de Spaanse koning Filips II. De Vera concludeerde hierna dat El Dorado aan de oorsprong van de Caroní lag, een zijrivier van de Orinoco, en dat er er veel goud te vinden was. De Berrio was er daardoor van overtuigd dat El Dorado echt bestond en stuurde De Vera naar Spanje om daar om meer geld te vragen.

De Vera kwam terug uit Spanje met vijf schepen vol soldaten, priesters en monniken. Het verslag van zijn reis kwam intussen echter in bezit van de Engelsman Walter Raleigh. Noch hij, noch De Berrio vonden enig spoor van El Dorado. De Vera bereikte later El Paso, het latere Santa Helena aan de grens met Brazilië. Tot zijn geluk droeg de lokale bevolking goud en hij dacht dat eindelijk El Dorado gevonden was.

De legende van El Dorado ontstond toen de conquistadores in de 16e eeuw van de indianen vernamen dat een koning die zich in het meer Parima zou baden en telkens geheel bedekt met goud zijn bad zou beëindigen: de Gouden Man of El (Hombre) Dorado in het Spaans. De mythe groeide uit tot een stad, een rijk, een koninkrijk van een legendarische gouden koning.

In navolging van deze legende trokken Francisco de Orellana en Gonzalo Pizarro op expeditie die desastreus verliep, wel werd de Amazone ontdekt en Orellana was de eerste die de monding van de Amazone bereikte. De antropoloog Stevenson plaatste later Parima in zijn boek Een licht in de Amazonenmysteriën tussen Roraima en het voormalige Engels Guyana.

De Vera kwam tot de conclusie dat de teelt van tabak en katoen en de verkoop ervan aan de Engelsen en Hollanders lucratiever was dan de zoektocht naar El Dorado. Hij staat als gouverneur van Suriname te boek van 1593 tot zijn overlijden in 1629.

Het verzet van de lokale bevolking van Guyana tegen de wreedheid waarmee de Spanjaarden te werk gingen droeg niet bij tot de Spaanse kolonisatie. Daarom kwamen er al spoedig andere Europese mogendheden naar de “Wilde kust” om er nederzettingen te stichten.

 

  Auteur: Nico Eigenhuis