Louis Alfredus Gerardus Doedel

Toen Louis nog Louis Doedel was

       Vorige pagina

Vanwege zijn tragische internering door Kielstra in 1937 wordt weleens vergeten hoe belangrijk het werk van Louis Doedel was.

Louis Alfredus Gerardus Doedel (1905-1980) is in Suriname op jonge leeftijd actief in de Surinaamse sociale beweging. Daardoor wordt het steeds moeilijker voor hem aan de slag te komen en ziet hij zich gedwongen in 1928 naar Curaçao uit te wijken.

Doedel vindt er werk bij de Belastingdienst. Hij is er betrokken bij de oprichting van het RK Patronaat en wordt bestuurslid van de belangenverenigingen ‘Surinamers op Curaçao’ en ‘Antillianen, Nederlanders en Surinamers’. Een verkeersovertreding is aanleiding om hem te arresteren, en hij wordt onder de noemer “gevaarlijk voor de politieke rust” in 1931 op de boot naar Suriname gezet.

Terug in Suriname blijkt dat de wereldcrisis ook daar behoorlijk heeft toegeslagen. Met hem zijn ook 200 op Curaçao werkeloos geraakte Surinamers teruggekeerd en hij richt er met hen het Surinaams Werklozen Comité op. Hij organiseert een protestdemonstratie die 3000 deelnemers kent.

Datzelfde jaar wordt op 28 oktober een ‘algemene grote volksvergadering van werklozen’ gehouden. Deze vergadering mondt uit in het zogenaamde ‘hongeroproer’ waarbij er door de autoriteiten geweld wordt gebruikt. Er valt een dodelijk slachtoffer en er zijn twee gewonden.

Eind 1931 wordt onder aanvoering van Doedel het Surinaams Arbeiders Verbond (SAV) en het Surinaams Werklozen Strijd Comitè opgericht. Er worden contacten onderhouden met Anton de Kom, die op 4 januari 1933 vanuit Nederland naar Suriname komt.

In 1936 krijgt Doedel twee weken gevangenisstraf opgelegd wegens smaad, en in 1937 wordt hij door Kielstra opgesloten in het krankzinnigengesticht.

Hij wordt in 1980 vrijgelaten als een geknakt man en overlijdt enkele dagen later. Parlementsvoorzitter Emile Wijntuin zorgt er voor dat door de Surinaamse regering zijn begrafenis op RK-begraafplaats wordt betaald. Later schrijft Emile een boek over Doedel met de titel Louis Doedel, Martelaar voor het Surinaamse Volk. Doedel’s nicht Nina Jurna maakte de documentaire Louis Doedel vakbondsleider en held.

LOUIS ALFRED GERARDUS DOEDEL * 26-07-2905 + 10-01-9080

Doedel zag op 26 juli 1905 in Paramaribo het levenslicht. Na het doorlopen van de ULO ging hij aan de slag als leerling-schoenmaker en typograaf. In mei 1928 vertrok hij naar Curaçao, alwaar hij bij de belastingdienst ging werken.

Doedel is altijd een rechtgeaard socialist geweest. Op Curaçao ontplooide hij zijn eerste politieke activiteiten. De autoriteiten waren hier niet blij mee en in 1931 werd hij van het eiland gezet. Officiële reden: hij had links, in plaats van rechts over de Wilhelminabrug gelopen!

In Suriname zette Doedel zijn politieke activiteiten onvermoeid voort. Armoede, honger en ellende leidde op 28 oktober 1931 tot een uitbarsting van volkswoede, die de geschiedenis in zou gaan als de hongeroproer. De koloniale overheid maakte een einde aan de volksopstand door op de menigte te schieten. Dit resulteerde in één dode en twee gewonden.
Surinaamsche Algemene Werknemers Organisatie
Doedel liet zich hier niet door ontmoedigen en in 1932 richtte hij met enkele anderen de Surinaamsche Algemene Werknemers Organisatie (SAWO) op.

Vanwege zogenaamde ‘antigodsdienstige propaganda’ besloot de koloniale overheid de SAWO te verbieden. Hierop richt Doedel het Surinaamse Arbeidersverbond en het Surinaams Werkenloze Commite op.

Toen Doedel in 1937 een politiek getinte petitie aan de gouverneur wilde aanbieden, kreeg hij geen toegang tot het paleis. Blanken werden echter wel continu en probleemloos toegelaten. Naar verluidt maakte Doedel zich daarop helemaal wit door zich met pemba doti, een witte kleisoort, in te smeren. Dit in het kader van: “Wanneer alleen blanken toegang hebben, dan zal ik ze een blanke Doedel geven”.

Blote billen

Hij ging daarna weer naar het paleis, maar de bewakers stuurde hem direct weg. Doedel werd boos en liet zijn broek zakken. Hij toonde zo zijn blote billen aan gouverneur Kielstra. Al snel werd Doedel opgepakt door de politie voor het verstoren van de penbare orde.

Vervolgens liet Kielstra hem zogenaamd ter observatie, aanvankelijk voor een periode van 28 dagen, opnemen in Lands Psychiatrische Inrichting (LPI). De zogenaamde observatie zou uiteindelijk tot 1980 voortduren

Doedel stierf een paar dagen na zijn vrijlating.

 

  Auteur: Nico Eigenhuis

 

Kielstra

 

Kielstra heeft van 1933 tot 1944 in Suriname gediend. Hij heeft weinig goed en veel slecht gedaan. Ook maakte hij misbruik van zijn macht. Hij was iemand die geen tegenspraak duldde en altijd zijn zin moest krijgen.

Aanhanger van een krachtig koloniaal bestuur, die tamelijk autoritair optrad. Wees het bestaande assimilatiebeleid af en bevorderde de vorming van dorpsgemeenschappen van Hindoestanen en Javanen, die kleinschalige landbouw tot ontwikkeling moesten brengen. Gebruikte ook de nieuwe staatsregeling ten voordele van die bevolkingsgroepen en vervreemde zich van de creolen. Verloor tijdens de oorlog het vertrouwen van de Staten van Suriname.