Madeireze contractanten

Toevallig Madeireze contractanten

       Vorige pagina

De komst van de eerste Madeireze contractanten naar Suriname is volgens de officiële geschiedschrijving bij toeval tot stand gekomen. Er zou in 1853 sprake zijn geweest van een navigatiefout, waardoor hun schip niet in Brits-Guyana terecht kwam maar in Suriname. Toevallig had men daar destijds ook behoefte aan contractanten en toevallig bleek het mogelijk om hierna nog meer contractanten uit Madeira te werven.

Medio 19e eeuw vertrokken er vele Madeirezen door de slechte omstandigheden ter plaatse van hun eiland. Ze werden met name door de Britse autoriteiten gerekruteerd, direct nadat die in 1834 in hun koloniën de slavernij hadden afgeschaft. De Madeirezen waren in Suriname’s buurland Brits-Guyana zeer succesvol, maar misschien juist daarom kwam het in de periode 1846-1891 aldaar tot diverse raciale conflicten tussen de Madeirezen en de voormalige slaven.

foto van Nico Eigenhuis.
Susanna’s Daal

Medio 19e eeuw waren ook vertegenwoordigers van het Nederlandse koningshuis te vinden op Madeira. Willem Frederik Hendrik prins der Nederlanden was ook wel bekend als Hendrik de Zeevaarder.

Hij maakte vele reizen, waaronder één naar Suriname in 1835, waarbij hij destijds ook plantages te Commewijne bezocht. Hendrik verbleef in 1847 op het eiland Madeira waar hij zijn zieke broer Alexander heen had gebracht (in 1848 zou Alexander er ter plekke aan TBC overlijden).

Hendrik leerde daar zijn latere vrouw Amalia kennen. Ze was toen zeventien jaar oud en logeerde met haar moeder en zusje Anna bij haar tante, koningin-weduwe Adelaïde van Groot-Brittannië. Volgens de verhalen zou in die korte tijd van twee weken een romance tussen Amalia en Hendrik zijn ontstaan.

Hun huwelijk vond plaats op 19 mei 1853 in het residentieslot te Weimar. Hendrik bezocht niet lang na zijn verblijf op Madeira in 1849 en 1851 ook Engeland.

In 1853 kwam zoals eerder vermeld de eerste groep Madeirezen naar Suriname. Ze werden te werk gesteld op plantages te Commewijne. Een van die plantages was Susanna’s Daal, de plantage die ruim twintig jaar daarvoor door de Britse industrieel John Cockerill was gemoderniseerd op advies van koning Willem I. Toevallig.

 

  Auteur: Nico Eigenhuis