Marinus Jan Houthakker

       Vorige pagina

De voormalige slaaf Flink is onder de naam Marinus Jan Houthakker in 1838 gemanumitteerd door zijn twee van zijn eigenaren. Hij werd de spil in de zogenoemde kettingmanumissie, en kreeg wellicht ook hulp van Nederlandse abolitionisten.

foto van Nico Eigenhuis.
Vanuit Afrika in Suriname aangekomen kreeg hij in eerste instantie de slavennaam Flink. In 1838 is hij onder die naam eigendom van Nathaniel Vollenbeek, Gregoris Carel de L’Isle en Johannes Zwiep.

Op 13 december 1838 manumitteren ze hem onder de naam Marinus Jan Houthakker. Op 7 april 1841 wordt hij onder die naam in het burgerregister ingeschreven. Die inschrijving is belangrijk, want vanaf dat moment kan hij een huis kopen, een vrij beroep uitoefenen en slaven bezitten.

Twee van zijn voormalige eigenaren, Nathaniel Vollenbeek en Johannes Zwiep zijn zelf ook slaven geweest. De voormalige eigenares van Vollenbeek is zelf ook weer een gemanumitteerde vrouw, Mary van McNiel. Marinus Jan Houthakker volgt hun voorbeeld.

Hij gaat zijn best doen om zoveel mogelijk slaven te helpen om vrij te worden. In 1862 staat hij geregistreerd als eigenaar van 42 slaven, en in de periode 1847-1863 is hij verantwoordelijk voor het manumitteren van in totaal 129 slaven.

Marinus Jan Houthakker stond in zijn actie niet alleen. Na 1832 nam het aantal gemanumitteerden snel toe. Hier kwam nog bij dat tussen 1856 en 1863 de Nederlandsche Maatschappij ter Bevordering van de Afschaffing der Slavernij en het Amsterdamsch Dames-comité een groep van bijna 200 slaven vrijkocht in samenwerking met de Hernhutters in Suriname.

Wie op Delpher.nl zoekt naar de vrijlatingen door M.J. Houthakker komt vele berichten tegen. Onderstaand een voorbeeld.

 

 

  Auteur: Nico Eigenhuis