Marshall

Afbeelding kan het volgende bevatten: oceaan, lucht, wolk, buiten, natuur en water
De zandbank bij Overbridge

Toen Suriname nog Surinam heette was Marshall een van de eerste kolonisten. Naar hem is de Marshall kreek vernoemd. Aan de Engelse aanwezigheid in Suriname herinneren ook plaatsen als Overbridge en Byam’s point (Braamspunt).

Lord Francis Willoughby van Parham, was de eigenlijke kolonisator van Suriname. Hij was gouverneur van Barbados en de overige Engelse bezittingen in West-Indië, toen hij in 1650 een expeditie naar Suriname zond om een geschikte plaats uit te zoeken voor de vestiging van een kolonie.

De Engelsen vestigden zich rond het huidige Berg en Dal. Lord Willoughby koos het voormalige Arowakkendorp Torarica als hoofdplaats van de nieuwe kolonie. Het gebied was via de rivier goed bereikbaar, te verdedigen, en bood de mogelijkheid om schepen ter plaatse te onderhouden op de lokale zandbank.

Al in 1630 was het Marshall die als eerste een blokhut neerzette bij Torarica, vlak naast Overbridge. Het groeide uit tot een kleine nederzetting, waar zich later Joodse gezinnen zouden vestigen.

In die tijd lag Torarica in de parish St. Bridget en telde een honderdtal woningen, een gouvernementsgebouw (Parhamhouse genoemd), een kapel en waarschijnlijk ook een synagoge. In 2011 vierde de St. Bridget’s Anglican Church 360 jaar aanwezigheid in Suriname in de Rooms Katholieke Rosa kerk.

In 1664 vestigde “David de Leider”, de Sefardische Jood Joseph David Cohen Nassy (1612-1685) zich met zijn groep in Suriname te Cassipora, nadat hij eerder in Cayenne gevestigd was. Dat lag enkele mijlen stroomopwaarts voorbij de voormalige hoofdstad Torarica. Vervolgens vestigde hij zich ook te Jodensavanne, ten noorden van Cassipora aan de rechteroever van de Surinamerivier. Zijn zoon Samuel Nassy werd in 1684 aangesteld als jurator waardoor hij de eerste Joodse notaris was op het westelijk halfrond.

 

  Auteur: Nico Eigenhuis