McLeod

Afbeelding kan het volgende bevatten: 2 mensen, hoedMacLeod en McLeod zijn namen die komen uit het Schots-Gaelisch: MacLeòid heeft als betekenis “zoon van Leòd”. In het jaar 1227 was Gillandres MacLeod een van de eersten die deze achternaam droeg. Zo’n 6 eeuwen later behoorde Hugh McLeod tot de Schotse planters die zich in Suriname vestigden.

In 1836 kocht de Schot Hugh McLeod katoenplantage Burnside. De plantage viel destijds nog in het disctrict Nickerie (na 1851 viel dit onder Coronie).

McLeod kwam destijds van Demerara. Tijdens zijn eigenaarschap van Burnside werd slaaf Evan gemanumitteerd onder de naam Hugo Evert van Westland, wegens het verraden van de opstand op Leasowes door Tata Colin. Hugh McLeod kocht ook plantage Nieuw Acconoribo aan de Commewijne.

Na het overlijden van Hugh McLeod in 1843 ging zijn eigendom over op zijn neef Hugh Wright.

In 1847 trouwde Hugh Wright met zijn nicht, Hugh McLeod’s dochter Frances. Samen kregen ze drie kinderen, hoewel Wright voornamelijk in Suriname woonde.

Hugh Wright had naast zijn gezin met zijn echtgenote in Edinburgh ook in Suriname een gezin met een huisslavin, die op zijn verzoek in 1856 werd gemanumitteerd. Carolina Josephina Uchlein was toen 16 jaar, en ze kregen samen zeven kinderen waarvan er twee al jong overleden.

Conform zijn testament werden vier van ze na zijn overlijden als ’neven/nichten’ naar Edinburgh gezonden waar ze in het gezin van zijn eerste vrouw Frances werden opgenomen.

In 1863 ontving Hugh Wright bij de Emancipatie de hoogste compensatie van alle plantagehouders in Suriname.

 

  Auteur: Nico Eigenhuis