Nieuw-Rotterdam – De verzonken stad

De verzonken stad

       Vorige pagina

Van de ooit prominente Rotterdamse aanwezigheid in Suriname zijn de sporen inmiddels uitgewist. Dat vraagt om een kleine reconstructie.

De Rotterdamse WIC ging op in een samenwerkingsverband met Delft en Dordrecht in de WIC kamer van de Maas. In de Rotterdamse WIC -die was gevestigd aan de Nieuwe Haven- speelde de familie Du Bois een grote rol.

Hugo du Bois (1680-1740) trad in 1730 als bewindhebber bij de WIC aan, maar deed in 1734 afstand ten behoeve van zijn zoon Franco Daniël. Toen deze in 1740 op vrij jonge leeftijd stierf nam Hugo’s andere zoon, Abraham Adriaan, diens WIC zetel over. In 1742 maakte hij de overstap naar de VOC.

Rond 1820 werd op De Punt van het district Nickerie de hoofdstad Nieuw-Rotterdam gevestigd. In die periode was het gebied zeer belangrijk omdat tijdens het Britse tussenbestuur de plantages van de Engelsen en de Schotten naar Nickerie en Coronie werden verlegd. Nieuw-Rotterdam was gebouwd aan twee loodrechte straten, waaronder de Kerkstraat, die liep van zuid naar noord en eindigde met de toren van de kerk.

De gemeenteraadsleden hadden meerdere huizen, er was een versterkte militaire post en er waren kazernes. Een prominente bewoner van Nieuw-Rotterdam was Anthony Desse (1807-1868). Hij was eerst militair en werd daarna een machtige plantagehouder. De plantages Leasowes, Sarah, Paradise en Catharina Sophia waren zijn eigendom. De bekende Surinaamse familienaam Essed bevat een verwijzing naar Desse.

Nieuw-Rotterdam lag op een ongelukkige plek, waardoor de zee het weer zou overnemen. De eerste stormvloed kwam in 1866. In 1875 kwam er nog een, die het einde van Nieuw-Rotterdam inluidde. Het stadje werd omstreeks deze tijd door de zee verzwolgen.

 

 

 

 

Auteur: Nico Eigenhuis