Opstand en onrust bij de contractarbeid

       Vorige pagina

Veel nakomelingen van contractarbeiders hebben in Suriname een bestaan opgebouwd, dat ze misschien niet bereikt hadden als ze in hun thuisland waren gebleven. Maar, gezien de omstandigheden waaronder dit plaatsvond, kan men soms beter zeggen dat dit eerder ondanks die omstandigheden gelukt is, dan dankzij die omstandigheden.

foto van Plantage Jagtlust.Er zijn onderzoekers die menen dat het met die omstandigheden wel meeviel. Ze vermelden dat afgezien van de enkele bekende opstanden, zoals Zorg en Hoop, Zoelen, Mariënburg en Alliance, het verder rustig was. Historicus Bhagwanbali (bekend o.a. door zijn verhaal over Janey Tetary en zijn boek “De nieuwe awatar van de slavernij”) telde in de contractperiode wel 40 opstanden op diverse plantages.

En wanneer je de kranten doorneemt uit die tijd tref je dagelijks wel iets over koelies en onlusten of gewelddadigheden aan. Frekwent zijn ook laatdunkende en discriminerende opmerkingen die gemaakt worden over de kenmerken en eigenaardigheden van die bevolkingsgroep. Veelvuldig wordt geweld onderling tussen de arbeiders gemeld, evenals het grote aantal zelfmoorden.

Ook hierbij valt waarschijnlijk veel terug te voeren op de slechte selectie in het moederland en de arbeidsomstandigheden in de kolonie.


In de kranten bespeur je voortdurend een angst voor oproer onder de groep arbeiders. Opvallend is dat bij discussies over het nut van een leger in Suriname, openlijk gezegd wordt dat dit niet is om aanvallen van buitenaf te slaan, maar om binnenlands verzet de kop in te kunnen drukken. Angst voor oproer blijkt ook uit het feit dat de strafwetten in de kolonie strenger waren dan die in het moederland. Zo werd bijvoorbeeld al in 1870 In Nederland de doodstraf afgeschaft, terwijl deze in de koloniën bleef bestaan met als argument dat de aard van de bevolking deze strengere straf nodig maakte.


Opvallend was dat soms wanneer planters en officier van justitie een strenge straf eisten, de uiteindelijke straf “milder” uitpakte. Dit was bijvoorbeeld het geval toen na de opstand op Mariënburg de planters de doodstraf eisten, liefst ter plekke uit te voeren. Uiteindelijk werd het twaalf jaar dwangarbeid.

Het lijkt alsof men angst had dat bij de allerstrengste straf dit zou leiden tot martelaarschap van de daders en nog meer onrust. De angst voor onrust die tot omverwerping van de maatschappij kon leiden, bleek nog in de jaren dertig van de vorige eeuw, gezien het tempo waarmee Anton de Kom teruggestuurd werd naar Nederland, toen hij in Paramaribo te veel arbeiders leek te mobiliseren.


Van dit alles had men in Nederland weinig notie. De berichtgeving over Suriname was uiterst selectief en ging vaak alleen over winst en verlies die de kolonie met zich meebracht.

 

  Auteur: Jacob van der Burg