Pichot

Kaart van landeigendom van Daniel en Isaac Pichot te Pauluskreek

Pichot (ook: Pichot van Slijpe en Pichot du Plessis) is de naam van een Hugenoten geslacht dat in Suriname actief was. De oudste bekende voorvaders zijn Daniel Pichot en zijn broer Isaac Pichot.

De broers Daniel en Isaac Pichot gingen rond 1680 vanuit Bergerac (Frankrijk) als Hugenoot, via de Waalse gemeente in Amsterdam naar Suriname. Daniel trouwde er met Constance Swart, en Isaac trouwde met Sara Swart.

Isaacs zoon Daniel (1708) ontwikkelde zich al snel tot een zeer rijk en machtig persoon in Suriname en was eigenaar van vier plantages, waaronder La Paix, Penoribo en Vlucht en Trouw. Deze

Daniel Pichot huwde in 1727 met Johanna Magaretha van Strijp (1706-1769) in Paramaribo (na zijn overlijden in 1734 hertrouwde ze in 1737 met Salomon du Plessis).

Isaacs andere andere zoon Samuel Paulus (1714) werd leider van de Republikeinse beweging en was lid van de Surinaamse Politieke Raad. Hij werd eigenaar van Plantage Zorg en Hoop in 1747 en was ook eigenaar was van de plantages Mon Tresor en Patience. Hij behoorde tot de groep die bekend was als het Cabale dat het opnam tegen gouverneur Mauricius.

Een andere Pichot in Suriname was Constantia Maria Pichot (dochter van de ‘oude’ Daniel Pichot) die o.a. getrouwd was met Gerard Willem van Meel, de eigenaar van de plantages Jagtlust en Katwijk.

Ze hadden een zoon, -Willem Gerard- zijn graf is te zien in de Oranjetuin. Gerard Willem Van Meel bouwde de secretarie zeer waarschijnlijk omstreeks 1730 schuin tegenover het paleis, het pand werd later bekend als het huis Duplessis. Tot 1737 was hij Raad Fiscaal in Suriname en hij overleed in 1742.

Raad Fiscaal van Meel had met de opeenvolgende gouverneurs dikwijls onenigheid. Misschien dacht hij dat hij meer rechten had dan anderen, omdat zijn broer in Amsterdam in die tijd een van de Directeuren van de Sociëteit van Suriname was. Van Meel was de Raad Fiscaal die een proces begon tegen de vrije negerin Elisabeth, omdat ze een `praatjes uitstrooister’ zou zijn.

 

 

  Auteur: Nico Eigenhuis