Quamina

De missie in Brits Guyana kwam op gang in de aanloop naar de afschaffing van de slavernij. De ontstentenis was groot toen missionaris John Smith bij de opstand van 1823 in een cel terecht kwam en overleed. Een belangrijke rol bij die opstand had Quamina.

Afbeelding kan het volgende bevatten: 1 persoon, glimlacht, staanHet Londens Zendingsgenootschap was in 1795 gevormd in Engeland. In 1808 richtte John Wray de missie op in Demerara, Brits Guyana en voerde hij uitgebreid zendingswerk uit bij de slaven op de suikerplantages. John Wray had als beschermeling de trotse en hardwerkende Quamina die hij leerde lezen en schrijven.

Wray zag bij hem positieve veranderingen nadat hij christen werd en hij werd hierop gedoopt op 26 december 1808. Toen Wray in 1816 naar het nabijgelegen Berbice werd gestuurd was zijn vervanger John Smith net zo onder de indruk van Quamina’s kwaliteiten. Quamina had belangstelling voor anderen en werd alom gerespecteerd door slaven en vrije zwarten in de hele kolonie. Hij werd dan ook een huisvriend John Smith en diens vrouw Jane .

Aanleiding voor de Demerara-opstand in 1823 was het wijdverspreide misverstand dat het Britse parlement een emancipatiewet had aangenomen. Er waren bij de grotendeels niet-gewelddadige rebellie 10.000 slaven betrokken. De opstand werd bruut verpletterd door de kolonisten onder gouverneur John Murray.

Ze vermoordden veel slaven. De belangrijkste leiders van de opstand waren de slaaf Jack Gladstone, een slaaf op plantage ‘Succes’, met zijn vader Quamina en andere ouderlingen van hun kerkgroep. Ook de Engelse voorganger, John Smith, was erbij betrokken.

John Smith werd voor de krijgsraad gebracht en zou in afwachting van zijn beroep tegen een doodvonnis, sterven als martelaar voor de abolitionistische zaak. Quamina zou voor zijn rol in de opstand de hoogste prijs betalen en wordt in Guiana als nationale held vereerd. Zijn zoon Jack werd na de opstand gedeporteerd naar Santa Lucia.

Het nieuws over de dood van Smith versterkte de abolitionistische beweging in Groot-Brittannië. In 1834 werden de slaven bevrijd door de akte van emancipatie. De London Missionary Society (LMS) bleef nadien veel educatief werk verrichten. Een Deputatie van 1867 meldde dat de Kerken vooruit waren gegaan in West-Indië en Brits-Guyana en stelde de terugtrekking van de LMS uit het veld voor. Hierna werden de zendelingen teruggetrokken.

 

 

  Auteur: Nico Eigenhuis