Rorac; een Surinaams volksliedje nader belicht

       Vorige pagina

Door alle vrolijkheid waarmee ze worden gebracht ontgaat je soms dat veel Surinaamse liedjes het leed op de plantages verwoorden. ‘Vrolijk verdriet’ noem ik dat maar. Een bekend lied in deze is Rorac, dat -zoals zoveel van deze volksliedjes- in een historische context is te plaatsen.

De verwikkelingen rond Rorac

Een groep Marrons van ca 200 man, de zogenaamde ‘Bakabusinengre’ -die later bekend werd als de Brooskampers-, werd gevormd in de periode tussen ca 1770 en 1850. De groep bevond zich stroomopwaarts langs de Surinamerivier in de moerassen aan de Commewijnekant, en vestigde zich daar onder leiding van twee broers genaamd Broos en Kaliko die als hun ‘kapiteins’ fungeerden.

Dit is nader beschreven in het het boek van Wim Hoogbergen over hun belevenissen getiteld “Het kamp van Broos en Kaliko”. Ze leverden er het nodige verzet tegen de kolonisator en kenden voortdurend gewapende conflicten. De jacht op deze weglopers van de plantages werd in Suriname aangepakt via ‘bospatrouilles’.

Dit duurde tot ca 1850, toen daartegen om politieke redenen bezwaren ontstonden. Idee was namelijk dat na de verwachte afschaffing van de slavernij de Marrons amnestie kon worden verleend, opdat ze weer als arbeidskracht waren in te zetten. In 1863, het jaar van de emancipatie, werd in dit verband de nabijgelegen voormalige houtplantage Rorac bij koninklijk besluit geschonken aan Broos en Kaliko en hun nazaten, waaronder de families Babel en Landveld.

Zij behoren tot de Saramaccaners en hebben hun herkomst in de Luango stam uit Angola. Rond 1920 werd op Rorac bauxiet gevonden, waarna de families vergoedingen ontvingen om elders te gaan wonen.

Over het lied Rorac

Nu even terug naar het duiden van de tekst van het lied Rorac. Die verwoord dat de houtplantage Rorac voor veel leed heeft gezorgd. Enerzijds heeft dit vast betrekking op degenen die er te werk werden gesteld, en anderzijds op het opjagen van de Marrons.

De sleutel zit in het refrein van het lied ‘Ai mi Rorac doti fu pikado, hipi suma lasi den libi tje mi masra Gado’. Dit refrein heeft als boodschap dat Rorac een plek is waar velen het leven verloren, en die tot veel verdriet heeft geleid. Rorac is thans verlaten.

Het is gelegen ter hoogte van Paranam, en er is in 2006 ter plekke een brugverbinding ‘de Suralcobrug’ gemaakt voor het winnen van bauxiet.

Door Ronald Babel, een van de nazaten van Rorac/Roorak, is er voor gezorgd dat de hierna beschadigde graven ter plaatse weer zijn hersteld. De bauxietwinning ter plekke is inmiddels volledig gestaakt.

 

Surinam Golden Gate Boys

 

 

Engelse versie Blue 7 Band

 

  Auteur: Nico Eigenhuis