Slavensmokkel naar Suriname

       Vorige pagina

In 1808 viel Suriname onder het tussenbestuur van de Britten waardoor het Britse verbod op de internationale slavenhandel aldaar ook van toepassing werd. Het verbod werd aan alle kanten omzeild tot er in 1826 maatregelen werden getroffen.

foto van Nico Eigenhuis.
Na de Vrede van Parijs (1815) kwam Suriname in handen van de nieuwe Nederlandse vorst, Willem I.

Onder druk van Engeland werd in 1818 een verdrag met Engeland gesloten om de illegale handel van slaven naar Suriname te bestrijden.

Hetzelfde Engeland had in de tijd van het alleenrecht op de aanvoer van slaven door de Hollanders en Zeeuwen -rond 1790- vanaf haar eilanden nog zelf illegale slaventransporten naar de regio georganiseerd. In 1814 kregen de Engelsen het bestuur in handen van Brits Guyana.

Ze zagen de illegale transporten naar Suriname nadien vooral als ‘oneerlijke concurrentie’. Het Gemengde Brits-Nederlandse Gerechtshof in Paramaribo moest toezien op de naleving van het afgesloten verdrag. In 1823 werd een slavenschip voor de kust van Suriname in beslag genomen en naar Paramaribo opgebracht.

De slaven die aan boord waren werden weliswaar verklaard vrij te zijn maar werden door het koloniale bewind nog jarenlang gelijk slaven te werk gesteld. Een van de slaven die illegaal in Suriname terecht was gekomen was Mentor. Hij was met Codjo en Present betrokken bij de Codjo Branti in 1832.

Vanaf 1826 werd de gedetailleerde registratie van alle slaven in Suriname verplicht. Een gedetailleerde ‘boekhouding’ moest de illegale slavenhandel onmogelijk maken. Plantage Voorzorg, die eerder als leprozerie in gebruik was geweest, werd in 1829 aangewezen als “Modelplantage vrije gouvernementsarbeiders”.

Het kwam er neer dat op deze plantage de ‘in beslag genomen’ gesmokkelde Afrikanen onder toezicht werden geplaatst. Lang zou deze periode niet duren want in 1834 vond er een herbestemming plaats; het Koloniaal Gouvernement wees Voorburg toe aan de Commissie tot proefneming van Kolonisatie met vrije personen.

Het werd ruim tien jaar later de eerste vestigingsplaats van de Boeroes, die er ter plekke met een tyfusepidemie te stellen kregen.

 

  Auteur: Nico Eigenhuis