Soko Soko

       Vorige pagina

 

De meeste kijkers die Quintis Ristie bij het programma Raymann is laat de kreet ‘Soko Soko” hoorden roepen konden dit niet plaatsen. Gelukkig hebben we muzikante Liestbeth Peroti die ons meer kan vertellen over Soko en de Soko Psalmen.

In Suriname heeft zich in het kustgebied de Soko Psalm ontwikkeld, een van oorsprong religieus lied dat qua naamgeving een verwijzing kent naar het Sokko volk uit Ivoorkust en de daar aanwezige handelsstad Nsok die door Moslims was gesticht.

In de Afro-Surinaamse Soko Psalm vloeien elementen van verschillende religieuze oorsprong en culturen samen. In de teksten wordt goddelijke bijstand gevraagd en worden woorden uit de verschillende spirituele talen gecombineerd uitgaande van de fonologie van het Sranantongo.

Tekstueel wordt veelal gestart met een begroetingslied, en volgt er een verwijzing naar de Afrikaanse herkomst en voorouders. De liederen kennen veel emotie en spiritualiteit en hebben teksten waarin veelal de hang naar Afrika wordt verwoord. De stijlvorm is veelal een “aksi-piki”, een vraag-en-antwoordspel met een aanhef door de voorzanger en een respons of bevestiging door de rest van het koor.

In Suriname kregen de Soko Psalmen tijdens de slavernij het karakter van stichtelijke klaagliederen. Het duiden van zowel de Soko liederen als de Surinaamse volksliedjes is geen eenvoudige kwestie. Om een voorbeeld te geven: de alom bekende tekst “Ala presi komisi d’a botri” is letterlijk vertaald een loflied op de Surinaamse keukenprinsessen.

Het lied zou net zo goed een verwijzing kunnen zijn naar de bemoeizucht van de commies (opzichter) op de plantages.

Zie hier voor de uitleg van Liesbeth

 

 

 

  Auteur: Nico Eigenhuis