Tabak

       Vorige pagina

In eerste instantie was tabak een ruilmiddel van de inheemsen in de handel met de Europeanen. Al snel gingen de kolonisten uit Europa ertoe over om zelf tabak te telen. Het werd ook in Suriname direct grootschalig aangepakt.

foto van Nico Eigenhuis.
Peperpot

Al in 17e eeuw, in de Engelse tijd, werd er in Suriname door de kolonisten tabak geplant. Onder de plantages waarop dat plaats vond is hierna ook een aantal bekende namen te vinden, zoals Onverwacht en ook Peperpot. Het begin van Peperpot moet ongeveer tussen 1651 en 1660 gelegen hebben.

Waarschijnlijk was het een Engelse planter die het als suikerplantage aanlegde. De eerst bekende Nederlandse eigenaar was Simon van Halewijn, die in 1696 naar Suriname was gekomen.

In die tijd werd er ter plekke begonnen met de teelt van tabak, dit was echter geen succes en men stapte in 1702 over op cacao en omstreeks 1720 op koffie.

Amsterdam ontwikkelde zich als machtigste handelscentrum van de West-Europese tabakshandel en verzekerde zich vele tientallen jaren van voldoende aanvoer van goede kwaliteit tabak. Aan het einde van de 17e eeuw en gedurende de gehele 18e eeuw, vertoonde de handel een sterke expansie.

Amsterdam vormde ruim 150 jaar lang de centrale overslagplaats en handelsbeurs van tabak uit alle windrichtingen van deze aarde. Op het Amsterdamse Rokin is sigarenhandelaar Hajenius te vinden die nog echt een ouderwetse uitstraling heeft. In de tegenovergelegen Nes was vroeger de tabaksindustrie en handel te vinden waar op de zolders de tabaksbladeren werden gedroogd.

Thans zijn er theaters gevestigd, zoals het Comedytheater, de Engelenbak en Frascati, Een van de panden was voorheen in gebruik van multi-culti theater Cosmic. Het heeft thans een nieuwe naam: Tobacco.

 

  Auteur: Nico Eigenhuis