Tamanredjo

       Vorige pagina

foto van Plantage Jagtlust.Tamanredjo is van oudsher bekend als een vestigingsplaats voor Javaanse immigranten die na afloop van een contract, elders moesten gaan wonen.

De man op onderstaande foto (uit 1917) heet Djojosoeparto en hij was één van de eerste bewoners van Tamanredjo. Ik vond zijn naam op de site javanenindiaspora.nl. Hierop staat o.a. een interview dat Hariette Mingoen in 2014 had met Sardjono John Djojosoeparto, een aangenomen zoon van Djojosoeparto. Hierin vertelt hij uitgebreid over zijn vader.

Het loont de moeite het hele verhaal op die site te lezen (link onderaan deze pagina). Hieronder enkele passages uit het interview.

Ik ben op 3 oktober 1931 geboren in Mariënburg en ben geadopteerd door Djojosoeparto. Djojosoeparto trok na de contractperiode met vijf gezinnen naar wat nu Tamanredjo is, om een nieuwe vestiging te beginnen. Zij maakten het oerwoud open. Ons huis was gebouwd van ‘prasara’ en stond helemaal aan het begin van Tamanredjo, de plek die nu bekend staat als ‘Ondro Bong’. Ik was nog niet eens een jaar oud toen ik met Pak Djojosoeparto naar Tamanredjo kwam. Voor de komst van de vijf gezinnen, was er iemand die zich al in het oerwoud gevestigd had. Hij heette Bardan. Hij werd echter niet erkend door de Commissaris, omdat zijn vestiging bij hem niet bekend was. De vijf gezinnen breidden zich uit en er kwamen meer mensen. Ex-contractanten werden hier naar toe gebracht om zich te vestigen. Mijn vader en de vijf gezinnen openden het bos als pioniers en mijn vader werd aangewezen om de lurah (dorpshoofd) te zijn. In Mariënburg woonden in die tijd veel meer mensen dan in Tamanredjo. Het contact en het verkeer over en weer ging moeizaam omdat er geen weg was. Mensen moesten lopen op de ‘damrail’. Dat nam veel tijd in beslag.”

Tot zover het verhaal van de zoon.

Op het Register van Javaanse immigranten vinden we wat meer bijzonderheden over Djojosoeparto. Hij werd geboren in 1893. Zijn vaders naam was Maridjo en het dorp waar hij vandaan kwam was Mlowoh in het district Wirosari, gewest Semarang. In 1917 kwam Djojosoeparto naar Suriname. Hij had verschillende contracten, maar werkte het langst op Mariënburg, waar in 1930 zijn contract afliep. Djojosoeparto trouwde driemaal en stierf in 1957. De verhuizing naar Tamanredjo wordt niet vermeld, maar alle verdere gegevens kloppen met wat de zoon in het interview vertelt.

Wanneer en op welke wijze de vestigingsplaats de naam Tamanredjo heeft gekregen is niet duidelijk. De naam Tamanredjo, als verblijfplaats voor kortere of langere tijd, wordt gevonden in bovenstaand register bij 138 personen. Voor het eerst in 1931.

Bij 8 anderen is Tamanredjo het dorp op Java waar ze vandaan kwamen. Hoewel in het register geen verband werd gevonden lijkt het aannemelijk dat de vestigingsplaats in Suriname genoemd is naar dit dorp op Java. Overigens werd éénmaal een familienaam Tamanredjo gevonden. In 1952 koos Waginem, dochter van Bok Goeweg de achternaam Tamanredjo.

Pas in1937 werd door Gouverneur Kielstra officieel Tamanredjo tot dorpsgemeente benoemd. Het idee van de gouverneur was om kleinschalige ‘dessa’s’ aan te leggen volgens het model zoals hij dat in zijn tijd in Indië had meegemaakt.

De vestigingsplaatsen kregen gedeeltelijk een eigen bestuur. Een aantal taken hoefden niet meer door het Gouvernement uitgevoerd te worden. Als voorbeeld noemde het Gouvernement: onderhoud gemeenschappelijke openbare werken, medewerking met politie bij strafbare feiten, invordering belastingen, uitgeven van zaaipadi, enz.

Met het vertrek van Kielstra in 1943 verdween de ijveraar voor het idee van dorpsgemeenschappen. Toch duurde het nog tot 1980 voor ze officieel opgeheven werden.

 

  Auteur: Jacob van der Burg