Van Peere

       Vorige pagina

Abraham van Peere was de Patroon van Berbice. Ook hij kreeg in 1712 een bezoekje van de Franse kaapvaarder Jacques Cassard. De rekening werd betaald vanuit Amsterdam.

foto van Nico Eigenhuis.Abraham van Peere was een Nederlandse koopman uit Vlissingen in de provincie Zeeland. In 1602 werd door de Staten-Generaal van de Republiek aan zijn vader Jan van Peere een handvest gegeven om een kolonie te stichten aan de rivier de Berbice aan de kust van Guyana.

In 1627 verkreeg Abraham hij het patroonschap over Berbice, de oudste patroonskolonie van de W. I.C., als mede de vergunning om `swarten’, uit Afrika aangebracht, naar Berbice te brengen. Jaarlijks rustte de familie Van Peere twee of meer schepen uit om de producten, vnl. suiker, uit Berbice op te halen.

In 1678 werd een charter ondertekend dat Berbice vestigde als een erfelijk leengoed van de Nederlandse West-Indische Compagnie, in het bezit van de familie Van Peere.

Van 1712 tot 1714 ging de Fransman Cassard in opdracht van Lodewijk XIV op kaapvaart in het Caraïbisch gebied en richtte in de Portugese (Kaapverdische), Engelse (Montserrat en Antigua) en Nederlandse koloniën (Sint Eustatius, Curaçao en Suriname) door brandschatting zware schade aan. In november 1712 werden Suriname en Berbice aangevallen.

In november 1712 werd Berbice kort bezet door de Fransen onder Jacques Cassard , als onderdeel van de Spaanse Successieoorlog . Hierop deed de familie Van Peere afstand van haar rechten op Berbice. De schuldeisers boden de kolonie te koop aan waarop die door een Amsterdamse firma werd gekocht.

De Sociëteit van Berbice, die vanaf 1720 het bewind voerde, opende haar gezagsgebied in 1733 voor de vrije handel en gaf vanaf dat jaar ook vrij gronden uit aan als geschikt beoordeelde ondernemers, waarna Berbice zich in de volgende drie decennia tot een belangrijke plantagekolonie ontwikkelde.

De grote slavenopstand van 1763 deed dit voor een deel weer teniet, maar tien jaar later was het uiteindelijk de grote beurscrisis in de Republiek die de Sociëteit blijvend in financiële problemen bracht.

 

  Auteur: Nico Eigenhuis