Robert Kirk’s Waterloo

       Vorige pagina

Vanuit de erfenis van James Balfour kwam Robert Kirk in het bezit van plantage Waterloo. Na de afschaffing van de slavernij maakte hij er een doorstart met contractanten.

Begin 19e eeuw maakte James Balfour van suikerplantage Waterloo een voor die tijd moderne plantage. Balfour was volgens de beschrijving van August Kappler in 1838 onmetelijk rijk en liet zich verzorgen door een mulattin die hij bij een slavin had verwerkt.

Balfour overleed in 1841 en hierna werd zijn nalatenschap bestierd door zijn neef Robert Kirk(e), die later ook eigenaar werd van Waterloo.

Door toedoen van Robert Kirk (1815-1894) werd plantage Waterloo de modernste van Suriname, en deze was in 1859 reeds voorzien van vacuumpans en centrifugaaltoestellen. Ook het naastliggende Hazard was van dergelijke inrichtingen voorzien. In datzelfde jaar kwam de EBG post op de plantage tot stand. Deze post werd opgericht op het verzoek van Robert Kirke en de benodigde grond werd door hem geschonken. Omstreeks 1870 werd er een grote kerk gebouwd.

Ten tijde van de emancipatie in 1863 bestond de slavenmacht van Waterloo uit 241 mensen. Na de afloop van het staatstoezicht schakelde Waterloo over op contractarbeid. Inmiddels was de plantage Nursery aangekocht, en de drie aaneengesloten plantages vormden feitelijk één groot bedrijf. Kirk overleed in 1894, maar zijn plantages zouden floreren tot de wereldcrisis in de dertiger jaren van de 20e eeuw.

In de jaren zestig werd door de arbeiders met adviezen van Eddy Bruma een strijd gevoerd met de toenmalige eigenaar die bekend staat als “de slag om plantage Waterloo”. Deze strijd kende uiteindelijk alleen maar verliezers.

 

 

  Auteur: Nico Eigenhuis