De West-Indische Maatschappij

       Vorige pagina

*Niet te verwarren met Geoctroyeerde West-Indische Compagnie of West-Indische Compagnie, meestal afgekort tot WIC

 

foto van Nico Eigenhuis.
Willem I en John Cockerill in 1824

Koning Willem I had grootse plannen, met de oprichting van West-Indische Maatschappij. In 1828 kwam hij met zijn plan een Interoceanische verbinding voor 100 jaar realiseren. Centraal stond een doorgraving van de landengte van Nicaragua.

De verkenningen ter plekke liet hij hiertoe uitvoeren door zeeofficier de Qaurtel. Er werd een kapitaal beoogd van nf 50.000 tot nf 10.000.000 waarin ook de koning zelf zou deelnemen.

Als hoofdzetel, en tevens hoofddepot voor de handel , werd hiervoor Curaçao aangewezen. Over de exacte toedracht is het slechts gissen omdat de archieven verloren zouden zijn gegaan, maar we kunnen met een aantal gegevens redelijk inschatten dat niet alles naar wens is verlopen, een kleine opsomming hiervan:

Baron Ludolph van Heeckeren werd als eerste Gouverneur-generaal benoemd. Van Heeckeren was ten tijde van de Codjo Branti -in 1832- nog in Suriname woonachtig. Van Heeckeren kwam in 1838 op Curaçao te overlijden. Een ander plan van Willem I was het moderniseren van de plantages in Suriname.

Speerpunt hierbij was plantage Susanna’s Daal, die door zijn vriend Cockerill in 1829 werd gemoderniseerd, met Keen als lokale vertegenwoordiger in Suriname. Beide mannen kwam begin jaren dertig van de 19e eeuw te overlijden.In 1835 kwam Prins Hendrik de Zeevaarder naar Suriname.
Een van zijn acties was poolshoogte te nemen op de plantages te Commewijne, waar hij rond Meerzorg plantages bezocht, precies de regio waarin ook Susanna’s Daal te vinden is.

In 1842 werd een aantal besluiten genomen waardoor hetgeen met de West-Indische Maatschappij werd beoogd ten einde kwam en in 1863 werd ten tijde van de Emancipatie de Maatschappij ook formeel ontbonden.

Zie ook: Nederlandsche Handel-Maatschappij

 

  Auteur: Nico Eigenhuis