Zorg en Hoop Commewijne

Plantage Zorg en Hoop is voor altijd verbonden aan de naam Janey Tetary. Haar standbeeld is te vinden op de hoek van de Grote Combeweg.

Zorg en Hoop in 1885, een jaar na de opstand

Plantage Zorg en Hoop werd in 1747 uitgegeven aan Samuel Paulus Pichot, die ook eigenaar was van de plantages Mon Tresor en Patience. Na zijn overlijden in 1763 kwam het in het bezit van het Fonds J.S. van de Poll. In 1832 werd het omgezet naar een suikerrietplantage en in 1848 werd op de plantage een ventilatiemachine geïnstalleerd om de suiker te zuiveren.

Op de plantage werkten 235 slaven, en na de Emancipatie werd in 1864 de plantage geveild. De kopers waren H. Wright en A. Pearson. Er werd overgegaan op de contractarbeiders, in eerst instantie door Hindustanen te contracteren.

De contracten stonden in de eerste jaren op naam van Wright, Pearson, Currie en Green. De volgende eigenaren waren John C. Pearson en James Grearson. In 1884 kochten zij de plantage, samen met Picardië en schakelden om naar de teelt van cacao.

De omstandigheden op de plantage waren erg zwaar. Daarom kwamen in 1884 de Hindoestaanse contractarbeiders onder leiding van Ramjanee in opstand. De opstand werd neergeslagen en 7 arbeiders werden gedood door soldaten.

Onder hen ook Janey Tetary, die als 24 jarige in dienst kwam van de planters G. Duyckinck & R.D. Currie. Tetary was een markante persoonlijkheid op de plantage Zorg en Hoop.

Op 24 september 1884 escaleerde de situatie op de plantage. De werkgroep waartoe Janey Tetary behoorde viel die dag een blank officier (opzichter) aan. Om de opstand de kop in te drukken stuurde de koloniale overheid de volgende dag een detachement militairen. De vrouwelijke contractanten namen onder leiding van Tetary volledig deel aan de strijd.

Het gelukte een sluipschutter om haar van dichtbij dodelijk te raken.

 

 

 

  Auteur: Nico Eigenhuis